zaterdag 2 april 2016

De Wolkenkijker bijna voltooid

 
Het manuscript 'De Wolkenkijker' is bijna voltooid. Nu lijkt het alsof ik dit boek in een maand heb geschreven, maar dat is niet zo. Al voor ik begon aan mijn trilogie en 'Het geheim van Assendelft' was ik al aan dit boek begonnen. Maar door het grondige onderzoek en inlezen in de geschiedenis van de VOC Zeeland, heb ik daar de laatste maand veel profijt van gehad. Dat er weinig van mijn hoofdpersoon Sara Johanna Hoevenaar, echtgenote Frans Naerebout, bekend was, is eigenlijk heel fijn. Door zijn calendarium te nemen, wist ik wat er in die jaren gebeurde, welke schepen hij van de ondergang redde, waar hij was en wat er allemaal plaatsvond in Vlissingen. Aan mij de taak om van haar leven een voorstelling te maken. Naast het krijgen van haar zes kinderen en de zorg van de drie kinderen van zwager Jacob Naerebout, waren dat de gegevens waar ik het mee moest doen. Toch denk ik, dat ik van haar een geloofwaardige vrouw heb gemaakt. Een vrouw die hoopte wanneer ze zwanger was, dat het een meisje zou worden, omdat de angst voor de zee groot was, die als echtgenote ook werd buitengesloten, waardoor zij voor zich zelf moest opkomen. Maar toch ook een vrouw, die haar man door dik en dun steunde, wanneer hem door de Bewindhebbers van de Kamer Zeeland gouden bergen werden beloofd, wanneer hij een groot duur VOC schip redde, dat veel geld en goederen aan boord had. Voor Naerebout waren de vaak meer dan vierhonderd opvarenden op deze schepen van meer belang, dan geld en goederen. Haar verontwaardiging was vaak groot, dat met het verzoek van de Bewindhebbers om een schip met gevaar voor eigen leven te redden, tegelijkertijd haar gezin in de waagschaal werd gesteld. Niet alleen haar sterke kanten, maar ook haar zwakheden ten aanzien van de equipagemeester Benteyn spelen in het boek een belangrijke rol. In haar achterhoofd moet ze vaak gedacht hebben weduwe te worden, zeker wanneer Frans een jaar wegbleef en zelfs op Kaap de Goede Hoop terecht kwam, zonder iets van hem te vernemen. Niets menselijks is haar vreemd. Tegelijkertijd is de equipagemeester de aangewezen persoon om Naerebout als loods op pad te sturen, wanneer je het van de sombere kant bekijkt, zelfs de mogelijkheid heeft om hem de dood in te jagen. Hoe deal je als vrouw tussen deze twee mannen, wanneer je bij zijn reizen weinig of geen geld hebt en ook niet weet of er bij overlijden een bedrag beschikbaar komt bij de behoorlijk op de penning zijnde Bewindhebbers. Wat doe je wanneer één van je pleegkinderen wegloopt en door zielenkopers op één van de VOC schepen terecht komt. Hoe vind je hem terug en hoe krijg je hem vervolgens van boord. Wie is er dan voor nodig, de binnenvetter die je echtgenoot is, en als loods en mensenredder een potje kan breken bij het gezag of Benteyn, de invloedrijke equipagemeester. Ze is een vrouw van vlees en bloed geworden, een moederkloek waar het de kinderen betreft, fel wanneer haar onrecht wordt aangedaan, maar ook minnares en warme echtgenote. Het is een leven geworden dat zich afspeelde tussen 1756 en 1816 en waarvan ik haar huwelijksjaren van 1775 tot bijna aan haar dood in 1816 heb beschreven. Eerst in Vlissingen, later in Goes. Zelf denk ik dat haar leven er wellicht zo heeft uitgezien. Sara Naerebout mag dan wel wat haar leven betreft buiten de archieven zijn gebleven, met dit boek De Wolkenkijker hoop ik haar toch een gezicht te hebben gegeven, waar je als lezer nog wel eens aan terug denkt. Wanneer dit het geval is, zal het boek De Wolkenkijker voor mij geslaagd zijn. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen